Tarp opzetten en configuraties

Hoe hoog moet je tarp hangen voor de beste luchtcirculatie

Hendrik van de Kamp Hendrik van de Kamp
· · 5 min leestijd

Je hebt je tarp net uit de tas gehaald, je hammok hangt klaar, en je staat daar in het bos met één vraag in je hoofd: hóog hang ik dit ding eigenlijk?

Inhoudsopgave
  1. Waarom hoogte echt uitmaakt voor luchtcirculatie
  2. De ideale hoogte: wat zeggen de cijfers?
  3. Weersomstandigheden bepalen je hoogte
  4. Praktische tips om het gelijk te krijgen
  5. Het belangrijkste advies

Te hoog, en je krijgt geen bescherming tegen de wind. Te laag, en je zit in een soort dampkring van je eigen ademhaling. Er bestaat een sweet spot — en die gaan we vandaag vinden.

Waarom hoogte echt uitmaakt voor luchtcirculatie

Een tarp is geen tent. Het is een stuk stof boven je hoofd, en daarom draait alles om luchtstroming.

Als je een tarp te laag hangt, vang je vocht, warmte en condensatie in.

Je wakker worden met een natte rug en een tarp die je heeft gesmeerd met damp? Dat is geen kamperen, dat is een nachtmerrie. Goede luchtcirculatie betekent dat vochtige lucht kan ontsnappen en frisse lucht naar binnen stroomt.

Hoe meer ruimte er tussen de onderkant van je tarp en de grond zit, hoe beter de lucht kan bewegen. Maar te veel ruimte betekent weer dat wind en regen makkelijker naar binnen kunnen. Het is een balans.

De ideale hoogte: wat zeggen de cijfers?

De meeste ervaren tarp-kampers hangen hun tarp tussen de 60 en 90 centimeter boven de grond aan de laagste kant.

Aan de hoogste kant, bijvoorbeeld bij een asymmetrische opstelling, zit je vaak tussen de 120 en 150 centimeter. Dat geeft genoeg volume aan de lucht om te circuleren zonder dat je in een windtunnel komt te hangen. Specifiek voor een lean-to opstelling — de meest gebruikte tarp-configuratie — geldt dat de hoekkant ongeveer 120 tot 130 centimeter boven de grond moet zitten. De loodrechte kant, de kant die naar de grond hangt, komt dan op zo'n 40 tot 60 centimeter boven de grond.

Die combinatie geeft je bescherming tegen wind en regen aan één kant, en open lucht aan de andere kant. Als je een A-frame opstelling gebruikt, waarbij de tarp symmetrisch over twee punten hangt, zitten beide uiteinden meestal op zo'n 50 tot 70 centimeter boven de grond.

En als je in een hammok zit?

De top, het middelpunt, hangt dan op zo'n 130 tot 160 centimeter, afhankelijk van de grootte van je tarp.

Hammok-kampers hebben het vaak over de 30/30 regel: hang je tarp zo dat het midden ongeveer 30 centimeter boven je gezicht zit als je in de hammok ligt, en zorg dat de uiteinden niet verder dan 30 centimeter van je lichaam af staan. Dat klinkt krap, maar het werkt. De tarp hangt dan over het algemeen tussen de 90 en 120 centimeter boven de grond, afhankelijk van hoe diep je hammok hangt.

Merk als DD Hammocks en Wise Owl Outfitters adviseren beide om de tarp iets lager te hangen aan de windkant en iets hoger aan de open kant. Zo creëer je een natuurlijke luchtstroom die vocht meeneemt, al is het handig om te weten hoe je jouw tarp aanpast bij regen.

Weersomstandigheden bepalen je hoogte

Hier wordt het interessant. Er is geen universele hoogte die altijd werkt.

Het hangt af van wat de natuur je voorschrijft. Bij wind en regen: Hang je tarp laag. Zo dicht mogelijk bij de grond zonder dat je er tegenaan komt.

Iedere centimeter extra hoogte is een centimeter waar wind onderdoor kan waaien. Ga voor een lage lean-to, met de beschermde kant richting wind.

De loodrechte kant op 30 tot 40 centimeter is dan prima. Bij mooi weer en warme nachten: Hang hem hoog.

Gebruik een A-frame of een C-fly opstelling en geef jezelf alle ruimte. 150 centimeter in het midden, uiteinden op 60 tot 80 centimeter. Je wilt dat de nachtelijke bries door je kamersite strijkt en vocht wegblaast. Bij vochtig weer of in een dal: Kies altijd voor meer hoogte dan je denkt nodig. Vocht zich laag, dus hoe verder je daarboven zit, hoe droger je blijft.

De condensatie-valkuil

Een minimale tarp grootte met een hoogte van 80 centimeter aan de laagste kant is hier aan te raden. Een veelgemaakte fout: je tarp hangen onder een boom die al druppelt.

Of palen gebruiken die te kort zijn zodat de tarp doorhangt. Een doorhangende tarp vangt condensatie als een kom. Zorg altijd dat je tarp strak staat en dat het middelpunt het hoogste punt is. Gebruik een ridgeline — een strakke lijn tussen je twee hoofdpunten — en je hebt meteen meer volume en betere luchtstroom.

Praktische tips om het gelijk te krijgen

Ten eerste: investeer in verstelbare trekkoorden met een linelok of whoopie sling systeem. Dan pas je de hoogte in seconden aan zonder knopen.

Merken als Lawson Equipment en Paracord Planet hebben goede sets die je in elke tarp kunt verwerken.

Ten tweede: gebruik telescopische tarp palen in plaats van vaste lengtes. Die stel je per situatie in op 120, 150 of 180 centimeter. Flexibiliteit is alles. Ten derde: kijk altijd eerst naar je omgeving en experimenteer eens met een asymmetrische tarp opstelling voor meer beschutting.

Waar komt de vandaan? Waar staat er natuurlijke beschikking?

Waar zit de grond het droogst? Hang je tarp pas op als je die vragen hebt beantwoord.

Het belangrijkste advies

Oefen thuis. Hang je tarp in de tuin, op een camping, waar dan ook.

Probeer een lean-to, een A-frame, een C-fly, een diamond opstelling. Voel het verschil. Let op hoe de lucht beweegt, hoe de wind erop reageert, hoe het aanvoelt om eronder te liggen. Want uiteindelijk is de beste hoogte de hoogte waar jij je comfortabel onder voelt, met frisse lucht en zonder condensatie.

De cijfers die ik je geef zijn uitgangspunten — maar de natuur beslist. Lees het landschap, pas aan, en geniet.


Hendrik van de Kamp
Hendrik van de Kamp
Ervaren outdoor liefhebber en gids

Hendrik is gepassioneerd over outdoor avonturen en deelt graag zijn expertise.

Meer over Tarp opzetten en configuraties

Bekijk alle 47 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
welke tarp configuratie werkt het best voor bivakkeren in nederland
Lees verder →